Manu Callebert over 25 jaar volleybal, waarvan 20 als speler bij Knack

"Ik blijf zoeken naar de perfecte receptie"

Manu Callebert, goed voor twintig jaar volleybal in Knackshirt. "Ik ben vergroeid met deze stad en club." (Foto Ronny Neirinck)

Niemand van de huidige spelerskern maakt al langer deel uit van Knack Roeselare dan de 34-jarige libero Manu Callebert. Exact 25 jaar geleden begon hij met volleybal en op vijf seizoenen in Torhoutse loondienst na, verdedigde de naar Hooglede uitgeweken Roeselarenaar altijd de kleuren van Knack. Een gesprek met de libero die verknocht is aan Roeselare. "Toen ik Knack verliet en naar Torhout trok, voelde ik me een verrader."

Twintig seizoenen Roeselare, vijf bij Torhout. Dat is de volledige volleybalcarrière van libero Manu Callebert. "Ik begon met volleybal op mijn negende", vertelt de Roeselarenaar die intussen in Hooglede woont. "Ik was eigenlijk een tennisser die na de training nog even kwam meespelen bij Knack. Dat viel zo goed mee, dat ik uiteindelijk voluit voor volleybal koos. Mijn broer speelde er ook, later is mijn vader Johan in het jeugdbestuur gestapt."

"Ik herinner me hoe ik vroeger in vriendenboeken altijd schreef dat ik profvolleyballer wou worden. Onrealistisch, maar plots lééf je die kinderdroom. Dan pas besef je wat voor een gelukzak je bent."

Je leek nochtans niet voorbestemd voor een profcarrière. Je speelde lang bij de tweede ploeg van Knack, maar niemand dacht aan jou voor de hoofdmacht.

Manu Callebert : "Ik speelde voor de derde ploeg in tweede provinciale, tot iedereen bij Knack 2 plots vertrok. Onze kern werd doorgeschoven naar de tweede ploeg in eerste divisie. Een rampzalig seizoen waarin we veel slaag kregen. (lacht) We degradeerden en ook in tweede divisie wonnen we amper. In derde speelden we opnieuw een rotseizoen. De sfeer was verziekt, ik had ruzie met de coach en begon me vragen te stellen. Is dit wat ik écht wil ?"

"Ik overwoog om met volleybal te kappen en voluit voor tennis te kiezen, maar plots deed Torhout me een aanbod. Hun libero Bob Van Riet was onverwacht overleden en de club zocht dringend een vervanger. Ik was al met Knack 2 aan de voorbereiding gestart toen Torhout me overhaalde. Een unieke kans, maar ik twijfelde. Ik voelde me een verrader." (lacht)

Van derde divisie naar ereklasse lijkt een onoverkomelijke stap.

Callebert : "Dat viel wel mee. Alles werd plots wel veel serieuzer, maar het lukte wonderwel. Onze smalle kern werd meteen onthoofd door blessures, dus moest ik wel spelen. Er was geen tijd om te piekeren of te panikeren."

"Het was wél wennen aan het professionalisme. Van Knack 2 naar de eerste ploeg doorstromen was onmogelijk, want niemand geloofde in mij. Torhout bleek de ideale tussenstap. Erwin Croes was ook de ideale trainer. Hij kon je afbreken, maar deed dat op zo'n manier dat je er beter van werd. Hij was een meester in het motiveren van spelers."

"Ik herinner me vooral hoe ik plots een auto én 15.000 frank (circa 375 euro, red.) per maand kreeg om te volleyballen. Ik snapte dat niet. Toen Torhout me kwam halen, dacht ik écht dat ik daar voor niets ging volleyballen. Gelukkig vergezelde mijn pa me tijdens de contractbespreking." (lacht)

"Dat eerste seizoen was ik nog student, later gaf ik parttime les. Het was iedere dag van hot naar her rennen. We trainden ook maar vier keer per week. Onze thuiswedstrijden speelden we op zondag, op zaterdag en maandag kregen we meestal vrij. Dat is nu ondenkbaar..."

En plots hing Dominique Baeyens aan de lijn ?

Callebert : "In mijn derde seizoen bij Torhout belde Dominique. Hij wou me terughalen als tweede libero. We hadden bijna een akkoord, tot toenmalig voorzitter Edwin Blauwblomme me riep. Sorry Manu, maar ik wil niet investeren in een tweede libero. We kunnen ons budget beter besteden aan een andere speler. Hard om te horen, maar wel eerlijk."

"Twee seizoenen later paste ik wel in het plaatje van Roeselare, maar toen botste ik op Denis Van Calster. Denis zou uitgeleend worden, maar dat is niet doorgegaan. Ik speelde dat eerste seizoen weinig, maar daarna heb ik voluit mijn kans gekregen."

Tot Julien Lemay plots de ploeg kwam versterken. Opnieuw werd je gedegradeerd tot invaller.

Callebert : "De beste speelt. Dat is het lot van topsport bij een topclub. Julien Lemay was outstanding in zijn eerste seizoen. Dan moet je eerlijk zijn met jezelf, rustig blijven en vooral hard blijven werken. Dominique heeft me toen trouwens iedere wedstrijd ingebracht. Héél belangrijk voor het vertrouwen. Op zulke momenten is een goede coach van goudwaarde. Hij behield al die tijd het vertrouwen in mij : toen Denis vertrok, was het duidelijk dat ik een plaats zou opschuiven. Idem bij het vertrek van Julien."

Is de libero niet het kneusje van de ploeg ? Is het niet de droom van iedere speler om aan te vallen en te scoren ?

Callebert : "Ik heb er mij al lang bij neergelegd dat ik op dit niveau alleen als libero aan de bak kan. Maar het klopt dat het een moeilijke positie is. Ik herinner me hoe ik tijdens het eerste seizoen dat de liberopositie geïntroduceerd werd constant ruzie maakte met de coach. Ik speelde bij Knack 2 en wou de hele tijd aanvallen. Vloeken, tieren..." (lacht)

"Ik vind het trouwens nog altijd zalig om op training eens op een andere positie te spelen waar ik meer mag doen dan een receptie nemen of verdedigen. Een service of zelf eens een beslissende pas geven ? Een verademing ! En mogen aanvallen is helemaal het einde. De dag dat ik niet meer kan leven van het volleybal zak ik af naar een niveau waar ik opnieuw kan aanvallen. Ik zie mezelf nooit als libero in divisie of Liga B. Dan ga ik liever in provinciale spelen om me eindelijk eens aanvallend uit te leven."

Manu Callebert in Torhoutshirt. "Toen Torhout me kwam halen, dacht ik écht dat ik daar voor niets ging volleyballen. Gelukkig vergezelde mijn pa me tijdens de contractbespreking." (Foto a-RN)

Het klinkt alsof je tegen je zin libero bent ?

Callebert : "Neen, helemaal niet. Ik heb een luxeleven als profspeler en had dat nooit kunnen bereiken op een andere positie. Het frustreert me alleen af en toe dat mijn rol onderschat wordt. Bovendien is het mentaal de zwaarste positie : je kan alleen maar fouten maken. Na een mindere receptie kan een receptie-hoek zijn fout herstellen in de aanval. Dat kan ik niet. Een slechte receptie blijft hangen, ook bij medespelers. Maar daar leer je mee leven."

"Aanvankelijk had ik het daar héél moeilijk mee, maar ik heb het leren relativeren. Het is goed dat ik me daarover heb kunnen zetten, anders was ik nooit zo ver geraakt. Door het belang van de positie en vooral de cijfers te kunnen relativeren heb ik mezelf nooit onnodig veel druk opgelegd."

Je bent bezig aan je 21ste seizoen bij Roeselare. Heb je nooit aan het buitenland gedacht ?

Callebert : "Neen, ik ben vergroeid met deze stad en club. En eerlijk : er is ook nooit een aanbod gekomen. Er was ooit voorzichtige interesse van een Griekse club, maar dat werd niet concreet. Clubs investeren zelden in libero's. De gezinssituatie liet het ook niet echt toe : Annelies werkt hier bij een bank. In het beste geval kon ze me volgen en haar job tijdelijk opgeven, maar zou ik in het buitenland het equivalent van twee weddes kunnen verdienen ? Als libero is dat onmogelijk."

Hoe moeilijk is het om na al die jaren niet op je lauweren te rusten ? Ook dit seizoen ben je een certitude.

Callebert : "Ik evolueer nog steeds. Ik ben steeds beter geworden in Roeselare. Na mij avontuur in Torhout ben ik volwassener teruggekeerd, maar ook bij Knack ben ik veel completer geworden. Ik laat het aan anderen over om te oordelen of ik technisch verbeterd ben, maar ik merk dat ik hier steeds meer in functie van de ploeg ben gaan spelen."

"Ik leg mezelf op dat ik nog ieder dag kan bijleren, zowel technisch als tactisch. Niemand is perfect. Je moet als topsporter de lat steeds hoger leggen. Ik blijf zoeken naar de perfecte receptie."

Je bent er 34, denk je al af en toe aan een pensioen als profspeler ?

Callebert : "Ik wil niet toegeven dat ik ouder aan het worden ben. Ik weiger kleine kwaaltjes aan mijn leeftijd toe te schrijven. Ik noem dat gewoon tegenslag. Maar maak je geen zorgen, in mijn hoofd ben ik nog steeds een twintiger." (lacht)

"Ik tekende deze zomer een contract voor twee extra seizoenen. Ik besef dat het daarna gedaan kan zijn, maar dat dacht ik vorige keer ook al. Een libero kan in principe doorgaan tot zijn veertigste. Daarna keer ik noodgedwongen terug naar het onderwijs, als regent lichamelijke opvoeding, maar eerlijk ? Ik sta niet te springen. Dit leven is me te dierbaar."

(Bron: Matthias Vanderaspoilden - Krant Van West-Vlaanderen editie Roeselare - 11/11/2011)